Verbinding als fundament: het nieuwe netwerken in de schoenensector
Tekst: Karmen Samson
Beeld: Pexels/Henri Mathieu
Netwerken heruitgevonden
Voor velen had het begrip ‘netwerken’ lange tijd een negatieve connotatie. Het betreden van een ruimte vol onbekenden en het aanknopen van gesprekken kan ronduit angstaanjagend en hoogst ongemakkelijk zijn. Daarnaast werd netwerken vaak geassocieerd met een onbeschaamde vorm van zelfpromotie en een zeker opportunisme: het uitdelen van visitekaartjes als een competitief spel, waarin het er vooral om ging zoveel mogelijk eigen kaartjes kwijt te raken en die van anderen te verzamelen. Het resultaat was zelden een oprechte of duurzame connectie.
Het is een opvatting die stamt uit de jaren negentig, een periode waarin het netwerken binnen de schoenen- en mode-industrie vooral een corporate karakter had met een transactionele kern. Vandaag de dag zien we dat netwerken een beduidend andere vorm heeft gekregen en bovendien een wezenlijk ander imago heeft aangenomen. Deze verschuiving is in grote mate toe te schrijven aan organisaties die hier bewust en actief op hebben ingezet. Een voorbeeld daarvan is State of Fashion, het internationale modeplatform, dat op globaal niveau kritisch reflecteert op het huidige modesysteem met structurele internationale programmering. Dit wordt gedaan door onder andere (internationale) designerresidenties en het grootschalige evenement de State of Fashion Biënnale, dat elke twee jaar gedurende zeven weken plaatsvindt in de thuisbasis Arnhem en daarnaast elke editie in drie internationale modesteden.
Directeur Iris Ruisch benadrukt het belang van verbondenheid: “Samen sterk staan in een steeds uitdagender cultureel klimaat en in het licht van de maatschappelijke vraagstukken van deze tijd.” Juist deze elementen maken het volgens haar dat het opbouwen en onderhouden van een sterk netwerk voor professionals anno 2026 absoluut noodzakelijk is. Ook Fashionclash-directeur Branko Popovic houdt de maatschappelijke vraagstukken waar Ruisch naar verwijst, al meer dan zeventien jaar scherp in het vizier. Met het jaarlijkse, driedaagse internationale modefestival in Maastricht biedt Fashionclash een podium aan een nieuwe generatie schoenen en modeontwerpers uit binnen- en buitenland. Popovic licht toe waarom het opbouwen en onderhouden van een professioneel netwerk juist nu zo belangrijk is: “In een sector die voortdurend in beweging is, van digitalisering tot duurzaamheidsvraagstukken, hebben schoenenprofessionals een sterk netwerk nodig om zich staande te houden. Zo’n netwerk biedt niet alleen zichtbaarheid en toegang tot kansen, maar faciliteert ook kennisdeling, samenwerking en mentale ondersteuning.”


Digitalisering ten behoeve van kennisdeling en verbinding
De twee kwesties waar Popovic naar verwijst zijn complex, systemisch van aard en vakoverschrijdend. Ze zijn van groot belang voor het leggen van connecties, hoe deze connecties worden ingezet en welke waarden daarbij centraal moeten staan. Zo raakt duurzaamheid elk onderdeel van de schoenensector, van materiaalkeuze en productieprocessen tot arbeidsomstandigheden, logistiek en consumentengedrag. Kennisdeling over materialen, productie, regelgeving en circulaire modellen is daarom cruciaal, en samenwerkingen maken innovatie bovendien haalbaar en betaalbaar. Duurzaamheid vereist collectieve inzet, waarbij gelijkgestemden zich inzetten voor structurele veranderingen en bereid zijn hard te werken voor een gezamenlijke duurzame toekomst.
Digitalisering, het tweede thema dat Popovic aansnijdt, raakt evenzeer de hele schoenenindustrie. Social media, zoals Instagram, en professionele netwerken zoals LinkedIn spelen een cruciale rol bij het leggen van connecties en het delen van kennis. Deze digitale structuren, met hun share- en repostfuncties, zorgen ervoor dat ontwikkelingen en kansen sneller verspreiden. Liesel Swart, schoenontwerper sinds 1992, docent bij de Dutch Shoe Academy sinds 2002 en oprichter van het Utrechtse duurzame schoenenlabel LEV’01, maakt zelf weinig gebruik van LinkedIn, maar is wel actief op Instagram. Ze vertelt: “Ik heb geen behoefte om mijn verhaal te delen op bijvoorbeeld LinkedIn. Maar als je het hebt over platforms als Instagram, daar ben ik helemaal verslaafd aan, en daar haal ik heel veel informatie vandaan, maak ik direct contact.
Ik krijg een beeld van iemands werk of stijl, en DM’en gaat sneller dan e-mailen.” Swart haar ervaring illustreert hoe digitale structuren ontwikkelingen en kansen versnellen en de hele sector met elkaar verweven houden. Het doel van netwerken verschuift daarmee van ongegeneerde zelfpromotie naar waardevolle, wederzijdse ondersteuning. Ook schoenenontwerpster Marijke Bruggink, die samen met Marlie Witteveen van 1985 tot 1998 het schoenenlabel Lola Pagola runde, daarna bij schoenenfabrikant Clarks werkte en tegenwoordig als curator innovatie bij het Schoenenkwartier, en als coach bij het Ambachtenlab actief is, ziet digitalisering als een versterkte tool voor het maken van verbinding. Ze vertelt: “Ik ben een fan van digitalisering en AI, ik vind het totaal fascinerend en ben heel benieuwd wat dit allemaal gaat veranderen en teweegbrengen.”
Het belang van fysiek blijven ontmoeten
Toch kijkt Bruggink ook met enige terughoudendheid naar deze ontwikkelingen. Ze legt uit: “Het maakt communicatie eenvoudiger, maar het creëert tegelijkertijd ook meer isolatie: je werkt, je presenteert en je spreekt af vanuit huis, vanaf een scherm. Je zet een filter op of een andere achtergrond, waardoor er juist een afstand wordt gecreëerd; de gedeelde ruimte wordt zo soms erg dun en abstract.” En daarmee pleit Bruggink ook voor het behouden van fysieke ontmoetingen en gesprekken als essentiële onderdelen van netwerken. Volgens haar is het meest waardevolle aspect van netwerken dat het onderdeel is van haar onderzoek. Ze legt uit: “Mijn netwerken gaat vooral over talent scouting en inspiratie opdoen. Ik ben geïnteresseerd en op zoek naar kwaliteit en talent. Research based, en research is een uiting van nieuwsgierigheid.” Brugginks perspectief onderstreept dat netwerken niet alleen gaat om faciliteren, maar juist om inspireren. Dit gebeurt het meest wanneer het teruggebracht wordt tot menselijk niveau. Oprecht met elkaar communiceren en via creatie iets aan elkaar teruggeven, dát is waar de echte kracht van netwerken ligt.
“Digitalisering maakt communiceren eenvoudiger, maar creëert ook isolatie” – Marijke Bruggink


De rol van netwerkorganisaties
Het faciliteren van momenten om fysieke connecties aan te gaan wordt grotendeels mogelijk gemaakt door netwerkorganisaties en collectieven. Zij beschikken over de capaciteit, zichtbaarheid en infrastructuur om verbindingen te leggen die kleinschalige makers simpelweg niet kunnen realiseren, vertelt Popovic. Hij licht toe hoe deze krachten nog sterker worden wanneer platforms ook onderling samenwerken: “Initiatieven zoals culture.fashion en (intern)nationale samenwerkingen tonen hoe waardevol het is wanneer platforms hun krachten bundelen. Het creëert economische én culturele ruimte—iets wat individuele makers of kleinere initiatieven nauwelijks kunnen bereiken zonder die ondersteuning.” Swart erkent als schoenontwerper de belangrijke rol die is weggelegd voor netwerkorganisaties, platforms en momenten. Voor haar fungeren ze vooral als plekken voor kennisdeling, met name op het gebied van duurzaamheid en innovatie. Ze licht toe: “Deze organisaties zijn belangrijk als het gaat om elkaar te informeren over wat er op politiek vlak gebeurt, nieuwe regelgeving en hoe we daar mee om kunnen gaan. Nieuwe stromingen en wie wat voor de ander kan betekenen.” Het is daarom cruciaal om te weten waar je gelijkgestemden kunt vinden die je daadwerkelijk kunnen ondersteunen bij het behalen van je doelen.
Een ander voorbeeld uit de praktijk dat Swart aanhaalt is de Woolmarch van 20 december 2025. Zij vertelt: “Dit was een mars van wol-‘activisten’ die met een kudde schapen door Tilburg liepen om aandacht te trekken voor wol. Er wordt nog steeds jaarlijks veel wol vernietigd (zo’n 1,5 miljoen kilo), terwijl daar mooie producten van gemaakt kunnen worden. Het is een tegenpool voor de olielobby en polyesterkleding, die zeer schadelijk zijn voor het milieu. Zo laten we zien dat duurzame mode uiteindelijk een betere oplossing is.” Netwerken is volgens Swart dus niet alleen een moment van samenkomen, maar ook van het delen van ervaringen om elkaar te versterken bij het behalen van collectieve doelen. Netwerken kan dus vele vormen aannemen: het hoeft lang niet altijd rond een statafeltje met een drankje te zijn, maar kan ook actiegericht zijn en zelfs de vorm van activisme aannemen.
Gericht netwerken als strategisch instrument
Ook State of Fashion erkent het belang van een gerichte aanpak bij netwerken. Ruisch vertelt hoe netwerkorganisaties en collectieven een aanzienlijke rol spelen bij het vergroten van het professionele netwerk van schoenen- en modeprofessionals, niet alleen voor de individuele professional, maar ook voor de organisatie zelf. Ze licht toe: “Voor State of Fashion is het bijvoorbeeld essentieel om aangesloten te zijn bij verschillende netwerken, zoals lokaal binnen de context van het netwerkModePartners025, een samenwerkingscollectief van educatie (ArtEZ en RIJN IJSSEL), Museum Arnhem, FDFA en State of Fashion, voor een betere lokale afstemming in de modeprogrammering in een stad waar mode een van de grootste pijlers is en daarnaast een grotere verbondenheid tussen alle modepartijen in Gelderland en Overijssel. Men weet elkaar snel te vinden, ook als het gaat om samenwerkingen.” Netwerken zoals de European Fashion Alliance vergroten bovendien de zichtbaarheid van wat andere organisaties in Europa doen. Landelijk is het consortiumnetwerk NewTexEco, waar State of Fashion vanaf de start onderdeel van uitmaakt, relevant vanwege de connectie met onderzoek en hogescholen, het accuraat volgen van alle ontwikkelingen en het gezamenlijk deel uitmaken van gezamenlijke programma’s.
Ruisch benoemt hier een sterke en relevante lijst van zowel internationale als nationale netwerken voor de mode, textiel en dus ook schoenenprofessional. Maar het is volgens Popovic vooral het nationale netwerk dat van groot belang is, met name voor professionals buiten de Randstad. Hij licht toe: “Middelen zijn beperkt, zeker buiten de Randstad. Makers en initiatieven in de regio moeten harder werken om gezien te worden. Een sterk, landelijk netwerk helpt die ongelijkheid te verkleinen en zorgt dat talent en platforms niet buiten spel worden gezet. Gelijke kansen voor iedereen zijn helaas nog niet vanzelfsprekend.” Als festival, gevestigd in het zuidelijkste puntje van Nederland, zet Fashionclash zich hier dan ook actief voor in. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot: afstand en regionale versplintering blijven een van de grootste obstakels, aldus Popovic. “De regionale spreiding blijft een uitdaging: veel collega’s en media zijn geconcentreerd in de Randstad, waardoor makers elders harder moeten trekken aan representatie, zichtbaarheid en publiek.” Naast digitalisering en duurzaamheid speelt de versnippering een rol: het bundelen van krachten is voor kleine ondernemers cruciaal.
Het moge duidelijk zijn dat het nieuwe, verantwoorde netwerken verandering en vooruitgang centraal stelt, vooral in collectief verband. Het is daarom van onschatbare waarde om een sterk netwerk te onderhouden. Ook voor Bruggink is dit essentieel. Ze vertelt: “Voor mij gaat het vooral om het hebben van ‘echte’ contacten en ‘echte’ kennis: opgebouwd in mijn werkjaren, en door de contacten met de professionals waar ik mee werk of gewerkt heb. Studenten wiens werk ik volg, de stagiaires waar ik mee werk, maar ook mensen die mij door de jaren heen dingen hebben geleerd. Uiteindelijk blijven er mensen over waarvan ik weet wat ze ‘echt’ kunnen, en die ik te zijner tijd kan uitnodigen bij projecten. Zo ontstaat gaandeweg een compact, ‘warm’ netwerk waar je ver mee kunt komen.”

Van individueel voordeel naar collectieve infrastructuur
Netwerken wordt steeds minder gezien als een middel voor eigen gewin en steeds meer als een essentieel sociaal fundament. De afgelopen jaren heeft de Nederlandse schoenenwereld een indrukwekkende groei doorgemaakt van netwerkorganisaties en initiatieven die deze transformatie hebben gestimuleerd. Maar met zo’n uitgebreid aanbod aan netwerkorganisaties en platforms brengt dit echter twee aandachtspunten met zich mee. Voor bezoekers is het belangrijk om vooraf goed te onderzoeken of de waarden en doelstellingen van een netwerk aansluiten bij hun eigen ambities. Daarnaast wijst Popovic op een uitdaging voor de organisatoren: het grote aanbod aan programma’s en evenementen kan de focus vertroebelen, omdat ze allemaal om aandacht concurreren. Hij legt uit: “Hierdoor ontbreekt soms de ruimte voor reflectie, kennisdeling en verdieping.”
Al met al laat dit zien dat de Nederlandse schoenensector over een breed scala aan netwerkmogelijkheden beschikt, die dienen als kansen om waardevolle verbindingen te leggen. Deze infrastructuur maakt het mogelijk om van afzonderlijke regio’s naar een samenhangend nationaal ecosysteem te bewegen. Daarmee kan gesteld worden dat netwerken tegenwoordig functioneren als een infrastructuur: ze verbinden kennis en expertise, versnellen innovatie en voorkomen dat iedereen afzonderlijk het wiel opnieuw moet uitvinden. Dit maakt dat het hebben van een sterk professioneel netwerk vandaag de dag allerminst een overbodige luxe is, maar een fundamenteel onderdeel van een toekomstbestendige schoenenprofessional.